Blog

Nieuwsbrief: de nieuwste blog en ander nieuws direct ontvangen? Klik HIER om aan te melden voor onze nieuwsbrief. Afmelden kan hier ook.

 

IJskoud, mooi en lekker

door Maria Buitenkamp | 20 april 2017

 

Vannacht was het weer raak. De derde ijskoude nacht op rij, en deze laatste nacht was het koudst. Hopelijk hebben we met beregening het grootste deel van de oogst veiliggesteld…
Het leverde in de vroege ochtend wel mooie beelden op.

 

Verder hebben we steeds ijskoude bessen in het vrieshuis. Deze kunnen per doos van 15 kilo door het hele land bezorgd worden. De bessen zitten als losse knikkertjes in de doos.
Een doos past ongeveer in twee laden van een vriezer. De transporteur bezorgt ze op -18 graden. Mail of bel even als u belangstelling hebt.
Daarnaast hebben biologische winkels zakken van 1 kilo te koop. Lekker in smoothie, gebak, ontbijt en toetje.

 15 kilo  1 kilo

Nu ook bij Ekoplaza en Odin

In april heeft groothandel Udea, die alle Ekoplaza winkels bedient, onze producten in het assortiment opgenomen.
Dat betekent dat alle Ekoplaza winkels nu onze sappen en kilozakken met diepvriesbessen kunnen bestellen.
Als u klant bent van Ekoplaza en u ziet onze producten nog niet, vraag dan of ze het willen bestellen. Kijk hier voor de Ekoplaza winkels 

Ook Odin winkels zijn begonnen met het sap op te nemen. Kijk hier voor de Odin winkels

   

Is er verband tussen herfstkleur, bessensap en muffins bakken?

door Maria Buitenkamp | 11 november 2016

Op dit moment kunnen we buiten genieten van schitterende herfstkleuren. Ook onze bessenstruiken laten zich nu van hun mooiste kant zien.
Dat komt door de flavonoïden: plantenstoffen die voor gele, oranje, rode en paarse kleuren zorgen.
Ze zitten in de herfstbladeren, maar ook in bijna alle groente en fruit.
Veel van de gezonde eigenschappen van groente en fruit danken we aan flavonoïden.

Binnen de groep van flavonoïden heb je de roodpaarse plantenstoffen: de anthocyanen.
Aan deze anthocyanen worden veel van de gezonde eigenschappen van blauwe bessen toegeschreven.
De anthocyanen blijven intact bij bevriezing, maar kunnen ook redelijk goed tegen verhitting.
Goed nieuws: ook een glas roodpaars bessensap en brood met bessenjam leveren deze gezonde stofjes.

Anthocyanen hebben ook de eigenschap dat ze aangeven of iets al of niet zuur is: blauwe bessensap is een beetje zuur en dus zijn de anthocyanen roodpaars van kleur.
In een basische omgeving, zoals melk, kleuren de anthocyanen juist blauw. Daarom kun je blueberry muffins beter met karnemelk maken, in plaats van melk.
Door melk worden anthocyanen blauw. Door de combinatie van het blauw met het gele beslag kun je groene vlekken in je muffins krijgen en dat ziet er minder lekker uit.
Dankzij het zuur van de karnemelk kleuren de bessen in de muffin naar roodpaars. Eet smakelijk!


 

Wie plukt de bessen?

door Maria Buitenkamp | 16 augustus 2016

In juli, augustus en september zijn de bessen rijp en moeten ze geplukt worden. Dat is een precies werkje, want een tros is niet in een keer rijp.
Dus moeten de rijpe met de hand tussen de onrijpe uitgeplukt worden. Dat is arbeidsintensief.
Omdat het om een korte periode in de zomer gaat, is het logisch om met vakantiekrachten te werken.
Bij ons zijn dat vooral Poolse en Tsjechische studenten. In Nederland liggen de lonen hoger dan in hun eigen land en zo kunnen ze hun studie betalen.
Ze komen meestal met een groepje vrienden, zowel jongens als meisjes. Ze plukken hier ca 5 tot 6 weken en wonen dan in de buurt in een vakantiebungalow.
Daarna gaan ze terug om de studie weer op te pakken.
Wat studeren ze zoal? Bijvoorbeeld fysiotherapie, diergezondheid, Japans, medicijnen of electrotechniek. Of de kappersschool.
En de geologiestudenten bekeken met interesse de Drentse keien op ons erf.
De foto hierboven is s morgens vroeg gemaakt. Het is nog fris! Iedereen heeft een plukkar waarop de kratten met bessen komen te staan.
In de drukste periode zijn er ca 60 plukkers bezig op het veld.


100 jaar blauwe bessen in de winkel, dankzij Elizabeth en Frederick

door Maria Buitenkamp | 25 juni 2016

Blauwe bessen – blueberries - groeien al sinds de prehistorie in Noord Amerika in het wild. De mensen plukten ze graag, maar als struik in de tuin groeiden ze niet.
In 1910 publiceerde Frederick Coville een boek, waarin hij beschreef hoe de blueberry in cultuur te brengen was.
Frederick werkte als botanicus bij het Amerikaanse ministerie van Landbouw.

Elizabeth White was de dochter van een grote cranberry teler in de staat New Jersey (ten Zuiden van New York).
Omdat er wilde blauwe bessenstruiken in de omgeving groeiden, vroeg ze zich af of ze die ook als gewas op het bedrijf kon verbouwen.
Nadat ze het boek van Frederick Coville had gelezen, vroeg ze aan zijn ministerie of hij experimenten mocht komen doen op hun bedrijf – zij zouden het zelf betalen.

Binnen enkele maanden gingen Elizabeth en Frederick van start. Ze betaalden de lokale bevolking om struiken met goede bessen in het wild te zoeken.
Ze selecteerden ongeveer honderd struiken, die genoemd werden naar hun vinder. Van die struiken namen ze stekjes.
Maar ook lieten ze struiken met elkaar kruisen, om uit de bessen weer nieuwe struiken op te kweken. En om daar dan weer de beste uit te selecteren… enzovoort.
Dat is werk van jaren: het duurt al een paar jaar totdat een jong struikje een paar bessen voortbrengt.

Al in 1916 hadden Elizabeth en Frederick zoveel struiken opgekweekt dat een eerste oogst voor de verkoop mogelijk was.
De gekweekte blauwe bes of bosbes was een feit! Inmiddels worden er over de hele wereld blauwe bessen verbouwd.

In Whitesbog Village in New Jersey kun je de struiken bekijken waar alles mee begonnen is. Er komen nog steeds bessen aan!
De struik die ruim honderd jaar geleden gevonden is door een helper genaamd Ruben, kwam als eerste in productie. Deze wordt nog steeds in de VS gekweekt onder de naam Rubel.
En het ras dat in 1966 als eerbetoon de naam Elizabeth kreeg, is nog steeds een van de lekkerste bessenrassen.


 

 

Miljoenen medewerkers op één bedrijf?

door Maria Buitenkamp | 28 mei 2016

Op ons bedrijf wemelt het van de beestjes en veel daarvan zijn onmisbare medewerkers.

In deze tijd van het jaar vliegen hier bijvoorbeeld wel 15.000 hommels en een miljoen bijen rond. Waarom? In mei bloeien er ongeveer 50 miljoen blauwe bessen bloempjes. Die bloemen moeten uitgroeien tot bessen. Dat gebeurt alleen als ze bestoven worden door bijen en hommels. Bijen en hommels halen nectar en stuifmeel uit de bloemen. Daarbij brengen ze ook wat stuifmeel van de ene bloem naar de andere: de bestuiving.

Zonder bestuiving geen bessen. Hier helpen duizenden wilde bijen en hommels aan mee, waarvan een deel in onze bijenhotels bivakkeert. Maar ze kunnen al het werk niet aan. Daarom komen er in mei extra kasten met hommels en bijen. De hommels zijn de noeste werkers die in weer en wind doorwerken. Met hun pluizige vachtje brengen ze veel stuifmeel over. De bijen brengen minder stuifmeel over en werken vooral bij mooi weer. Maar ze zijn wel met heel veel, dus als ze aan de slag gaan, gaat het hard.

En dan hebben we het nog niet over de vele andere nuttige beestjes. Denk aan de bodemdiertjes die afgevallen blaadjes opruimen en zorgen dat de grond vruchtbaar blijft. Of aan de tienduizenden lieveheersbeestjes die schadelijke luizen eten. Bij elkaar zijn hier vele miljoenen nuttige beestjes actief - en als je ook de allerkleinste meetelt: miljarden.

Een paar grotere en bijzondere medewerkers zijn de torenvalken. Zij houden de muizen een beetje in toom. Muizen kunnen met hun gegraaf en geknaag veel schade aanrichten aan de plantenwortels. In deze tijd voeren de valken heel wat muizen aan hun jongen. Hier kun je een kijkje nemen in onze valkennestkast en zien hoe dat gaat:

 

 


 

 

vorstbescherming

Waarom helpt ijs tegen nachtvorst?

door Maria Buitenkamp | 27 april 2016

In april en mei is het vaak raak: het fruit bloeit en dan komt er nachtvorst. Dan moeten we s nachts alert zijn om de bloesem te beschermen. Als het goed is, groeit elke bloem uit tot een vrucht. Maar als de bloemen bevriezen, is het fruit voor dit jaar verloren.

We hebben daarom sproeiers in het veld staan. Als de temperatuur onder het vriespunt dreigt te komen, zetten we ze aan. De bloemen worden nat en er ontstaat een klein laagje ijs. Als water bevriest, geeft het warmte af aan de omgeving. Het water wordt ijs en de omgeving, oftewel de bloem, wordt iets warmer.

Het sproeien moet steeds doorgaan, zodat er telkens weer wat warmte wordt afgegeven als het volgende laagje water bevriest. Een mengsel van ijs en water is per definitie nul graden. En bij nul graden bevriezen de bloemen juist net niet.

Als het die nacht lang koud blijft, kan er een behoorlijke ijslaag ontstaan. Het koudste moment is vaak net na zonsopkomst. De sproeiers blijven dan aan totdat de zon het ijs laat smelten. Soms is het dan al ruim koffietijd voordat de zon genoeg kracht heeft. 

We zetten de sproeiers alleen aan als het echt nodig is om het fruit te redden. Want door het sproeien wordt alles kletsnat en modderig. Het kan dagen duren voordat het veld is opgedroogd. Dan kunnen belangrijke klussen zoals maaien en schoffelen niet gedaan worden.