Bekijk hier de KRO-NCRV reportage van Binnenste Buiten over ons bedrijf
Kruidenrijke grasbanen
Insecten willen zoveel mogelijk kruidenrijke grasbanen.
Om de bloemen een kans te geven, moet het gras een paar keer per jaar gemaaid en afgevoerd worden. Dat deden we samen met geitenboerderij Hansketien.


Wij maaiden een deel van de grasbanen voor Hansketien, die het gras aan hun geiten voerde. De geiten aten het graag en maakten er melk van. Het gras werd zo prachtig benut, de geiten werden er blij van en de bloemen en insecten ook!
Smalle opraapwagen
Kleinschalig beheer is goed voor de insecten en de kringloop, maar vereist erg veel handwerk: gras opharken van smalle strookjes.
Samen met een innovatief bedrijf is met steun van de provincie Drenthe, particulieren en biogroothandel BD-Totaal een opraapwagen gebouwd. Ook met het doel om als voorbeeld voor andere fruittelers te dienen. Bloemrijke grasbanen moeten in iedere boomgaard een kans krijgen!



Meer over het bedrijf
Tiendeveen was eeuwenlang een veenmoeras. Na afgraven van het veen (turf) werd er bos aangeplant. Later werd een deel van het bos omgezet in akkers. Achter het bedrijf ligt nog steeds het oude bos.
Wij zijn hier in 2006 gestart op een voormalig akkerbouw bedrijf.
Toen zijn ruim 40.000 struikjes geplant. Na de verplichte drie jaar omschakeling van de grond, waren de bessen officieel biologisch.
Er moet veel gebeuren om in de zomer bessen te kunnen plukken:
Juli, augustus en september
Pluktijd!
Als vakantiewerk zijn ca. 20 studenten aan het plukken. Een tros met bessen is een mix van rijp en onrijp. Elke week pluk je daaruit alleen de rijpe, blauwe: veel handwerk! Dat maakt Nederlandse bessen duur, want de lonen zijn hier veel hoger dan elders. Daarnaast wordt een deel met de machine geoogst voor gebruik in sap, siroop, ijs en gebak.
Bekijk hier de KRO-NCRV reportage over ons bedrijf in de oogsttijd.

Oktober en november

Tijdens de oogst gaat alle aandacht naar de pluk. Ondertussen groeien gras en onkruid gewoon door.
Na de oogst is er extra veel werk: maaien, wieden, schoffelen.
Biologische onkruidbeheersing is arbeidsintensief, want er wordt niet gespoten tegen onkruid. Een strookje kan machinaal geschoffeld worden. Dichterbij de struiken moet alles met de hand gewied.
Snoeien (november tot april)
In de winter wordt elke struik gesnoeid.
Bij elke struik kijken we wat sterke en zwakke takken zijn. Elke struik is weer anders.
Het snoeien is veel werk. Van november tot april zijn we bezig met een groepje van 4 tot 6 snoeiers.

Mei en juni

In mei bloeien de struiken en zoemt het van de bijen en hommels. Hommels en bijen zorgen dat de bloemen stuifmeel van elkaar ontvangen. Alleen dan ontwikkelen de bloemen zich tot bessen.
Op het bedrijf zijn veel wilde bijen en hommels. Maar als alle bessenstruiken bloeien, kunnen ze het werk niet aan. Dan komen er bijenkasten en hommelkasten.
In juni veranderen de bloemen, dankzij de bestuivers, in bessen. Eerst zijn ze nog groen, eind juni beginnen ze te kleuren.
Nachtvorst
Als er in het voorjaar tijdens de bloei ’s avonds een prachtige sterrenhemel verschijnt, dreigt er nachtvorstgevaar. En als de bloemen bevriezen, maken ze geen bessen. Dan is het oppassen. Als de temperatuur te veel zakt, moeten de sproeiers aan. Er ontstaat een laagje nat ijs. Een combinatie van ijs met water is altijd 0 graden. Zo worden de bloemen beschermd. De hele nacht moet je bewaken of de sproeiers het goed doen. Pas als de zon in de ochtend weer kracht heeft, mogen de sproeiers uit.

Bodembedekking

Elk voorjaar komt er een laagje gemalen dennenschors bij de struiken. Hierdoor groeit er minder onkruid en de struiken groeien er goed op. De struiken hebben verder vrijwel geen mest nodig.
Vlierbloesem plukken
In juni kan bloesem geplukt worden van vlieren die her en der in de houtsingels staan. De Drentse vlierbloesemsiroop vind je in diverse biowinkels.

Bloemenranden en kruidenrijke grasbanen


Op het bedrijf zijn houtsingels, slootkanten, grasstroken en een poel die zo natuurlijk mogelijk beheerd worden, zodat er veel wilde planten en dieren leven.
We zaaiden bloemenranden met inheemse zadenmengsels. Dit geeft extra voedsel aan vlinders, bijen, hommels en veel andere insecten.
Ook experimenteerden we met kruidenrijke grasbanen tussen de rijen met bessenstruiken.
Geiten waren dol op dit maaisel.